Wildbeheereenheid Haarlemmermeer en omstreken

Wildbeheer als onderdeel van natuurbeheer ook in de polder

Schadebestrijding

Als dieren schade veroorzaken of er dreigt schade te ontstaan is het voor de grondgebruiker belangrijk te weten wat gedaan kan worden om deze schade te voorkomen en/of te beperken.

Onder faunaschade wordt verstaan de schade die diersoorten kunnen veroorzaken aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren en flora- en fauna.

In principe is ieder dier door de Flora- en faunwet beschermd en is het verboden om dieren door afschot te verjagen.

Jacht, beheer en schadebestrijding is geregeld in de Flora- en faunawet en de daaraan gerelateerde Algemene Maatregelen van Bestuur. Het “nee, tenzij” beginsel is in de FF-wet in hoofdzaak vertaald in verbodsbepalingen (art. 8 t/m 14). Bijvoorbeeld verstoren, verontrusten, vangen en doden van dieren is als verbod bepaald. Om deze in beginsel verboden handelingen te kunnen verrichten zijn bepalingen voor vrijstelling, aanwijzing en ontheffing opgenomen in de artikelen 65, 67, 68 en 75. Artikel 65 (vrijstelling), 67 (aanwijzing) en 68 (ontheffing) betreffen activiteiten die direct invloed hebben op soorten zoals verstoren en doden van dieren.

Er zijn voor een aantal diersoorten die landelijk zijn vrijgesteld ( Kraai, kauw, houtduif, konijn, vos en Canada gans) omdat ze in het gehele land belangrijke schade veroorzaken aan zowel landbouwgewassen en Fauna dit kan ook indien zij alleen op het niveau van een provincie belangrijke schade veroorzaken ( provinciaal vrijgestelde diersoorten) ontheffingen verleend, waardoor het mogelijk is om verjaging door afschot toe te passen.

Het Faunafonds

Het Faunafonds kan onder voorwaarden een tegemoetkoming verlenen voor schade veroorzaakt door beschermde inheemse diersoorten aan bedrijfsmatig geteelde landbouwgewassen of gehouden landbouwhuisdieren.

Deze voorwaarden staan beschreven in de beleidsregels van het Faunafonds en de bijbehorende toelichting’.

Indien een grondgebruiker in aanmerking wil komen voor een tegemoetkoming van het Faunafonds dienen in veel gevallen (preventieve) maatregelen te worden getroffen om de schade te voorkomen en/of beperken. De vereiste maatregelen kunnen afhankelijk zijn van gewas, diersoort, periode en gebiedsstatus.